Blanca, Paul

Paul BlancaPaul Blanca (Amsterdam, 1958)

Deze outsider haalt niet alleen bij zichzelf, maar ook bij anderen heftige emoties naar boven: Paul Blanca. De autodidact fotograaf, geboren als Paul Vlaswinkel in 1958 te Amsterdam, baant met zijn zwart-wit- en soms kleurfotografie een weg door de huidige commercie. Tragedie is de leidraad in zijn negatieven op groot formaat: hij gelooft in dat ene moment, in die ene uitdrukking.

Zijn interesse in fotografie werd aangewakkerd toen de zelfdoordachte fotograaf foto’s ging maken van Eva Veldhoen, de dochter van schilder Aat Veldhoen. Hij gebruikte toen een kleine camera, maar ruilde deze later in voor een 6 x 6 cm Hasselblad camera, waarmee hij zwart-witfoto’s maakte. In de jaren ’80 verwierf hij bekend met zijn confronterende, gewelddadige zelfportretten die geïnspireerd zijn op het werk van Adres Serrano en Robert Mapplethorpe. Dankzij mentor Mapplethorpe maakte Blanca zijn eerste stappen in de kunstwereld, die hem in New York introduceerde bij sterren als Grace Jones, Jasper Johns, Willem de Kooning en Keith Haring. Mapplethorpe vindt Blanca “zijn enige concurrent”.

Een belangrijke man in het werk van Blanca is de wereldberoemde choreograaf en fotograaf Hans van Manen, die hij in 1980 ontmoette. Niet alleen delen de twee een gezamenlijke interesse in fotografie, maar ze inspireren elkaar ook. In Manens danschoreografie ‘Pose’ werd Blanca geportretteerd als kickbokser – Blanca kickbokst sinds zijn zestiende – te midden van tien ballerina’s.

Blanca toont hevige emoties als angst, agressie, pijn, verdriet en seksualiteit, maar hij laat ook zijn gevoelige en zachte kant zien. Dit doet hij in portretten als ‘Moeder en Zoon’, waarin hij zijn moeder innig en naakt omhelst, en ‘Vader en Zoon’, waarin hij zijn pasgeboren zoon omhoog houdt. Een voorbeeld van een serie waarin sterke emoties tot uiting komen, is ‘Par la Pluie des Femmes’. Hierin heeft hij aan vrouwen gevraagd om na te denken over hun meest traumatische ervaringen. Verdriet en tranen zijn in deze serie in overvloed.

In de vroege jaren ’90 heeft Blanca twee jaar lang gewoond in Spanje. Stierengevechten en lokale seizoensgebonden feesten hielden hem bezig. Zo heeft zich, om zich emotioneel uit te dagen, meegedaan aan een stierengevecht met koeien van 850 pond. Niet het stierengevecht zelf, maar hoe het stier op de borden in restaurants terecht kwam, intrigeerde hem. Het bloed, dat volgens hem het vloeistof van het leven is, gebruikte hij als zeefdrukinkt voor zijn serie ‘Sangre de Toro’. Pas na 35 keer drukken, bereikte Blanca de donkerste toon rood. De reliëfs van bloed werden het hoogtepunt in het fotografische werk van Blanca.

Naast fotograaf was Blanca ook journalist voor Amsterdam Weekly, de Nieuwe Revu en Het Parool. Zo resulteerde zijn artikel over crack, waarin hij zijn eigen grenzen zocht, in een verslaving. Ook een artikel voor de Nieuwe Revu, waarin hij het gebruik van granaten onder de loep nam, had gevolgen voor zijn persoonlijke leven. Blanca werd namelijk als mogelijke verdachte aangewezen voor de aanslag op kunstenaar Rob Scholte, die zijn beide benen verloor door een granaat onder zijn auto. Na een lange stilte kwam Blanca in 2008 terug met de serie ‘Mi Mattes’, waarbij bendeleden voor zijn atelier zijn gefotografeerd.

De foto’s van Blanca zijn onder meer getoond in de VERVERS gallery in Amsterdam, het Museum de Fundatie te Zwolle, het Museum Meermanno in Den Haag, het Cobra Museum voor Moderne Kunst te Amstelveen en het Fotomuseum in Den Haag. In 1988 werd Blanca’s boek ‘Timing’ uitgegeven, waarin de foto’s van opkomende Nederlandse kunstenaars van de jaren ’80 prijken naast de gedichten van Koos Dalstra.

Bekijk de volledige collectie op www.tomokkerart.nl